Buurttuin Hangenweg
Van verwaarloosde speeltuin naar ontmoetingsplek voor de buurt
Een tuinslang en een buurttuin
Door: Esther Baylé
Op een zonnige dag staat een buurtbewoner met een tuinslang in de hand. De buurttuin op de Hangenweg heeft water nodig. De groenten in de bakken kunnen niet zonder en zeker na een droge zomer is sproeien een flinke klus. De slang en het water komen van een buurman verderop. Dat werkt. De buurman vindt het prima.
Maar helemaal tevreden zijn Cees Vos en Jon Visbeen, initiatiefnemers van de buurttuin in het Oude Dorp, er niet mee. “Je moet niet afhankelijk zijn van een buur die dat graag doet,” klinkt het. Het is een klein praktisch probleem, maar het vertelt eigenlijk precies het verhaal van de buurttuin: bewoners willen samen iets moois maken, steken er graag tijd in, maar lopen soms aan tegen de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is: de buurt of de gemeente, die het plan omarmd heeft?
Want wat begon met een verwaarloosde speeltuin, is inmiddels uitgegroeid tot een groene ontmoetingsplek voor de buurt.
Een netwerk dat er al was
De basis voor de samenwerking in de buurt werd al zo’n zeven jaar geleden gelegd. Cees ging toen bij alle buren langs om mensen bij elkaar te brengen en een WhatsApp-groep op te zetten. Die WhatsApp-groep bleek later ontzettend waardevol. Toen het idee ontstond om iets met de buurtspeeltuin te doen, hoefden de bewoners niet vanaf nul te beginnen. De contacten waren er al en mensen konden snel worden gemobiliseerd.
Dat maakte ook richting de gemeente verschil. Het initiatief kwam niet van een paar losse bewoners, maar werd breed gedragen in de buurt. Er werden meteen ongeveer veertig handtekeningen verzameld. De WhatsApp-groep groeide in de loop van de tijd uit tot drie groepen, ieder met een eigen functie. Er is een algemene groep voor zaken die met de buurt te maken hebben. Daarnaast is er een kleinere groep die zich alleen richt op veiligheid. En er is een aparte groep voor alles wat met de buurtspeeltuin en de buurttuin te maken heeft.
Zo is er een praktische structuur ontstaan waarin bewoners elkaar snel kunnen vinden. Niet iedereen hoeft overal aan mee te doen, maar als er iets georganiseerd moet worden, is er een netwerk waarop kan worden teruggevallen.
Van speelplek naar buurttuin
Een paar jaar geleden vonden bewoners dat er iets moest gebeuren met de speeltuin. De plek kon wel wat aandacht gebruiken. Waarom zouden ze er niet samen iets moois van maken? Doordat de buurt al georganiseerd was en mensen elkaar via WhatsApp konden bereiken, konden bewoners snel worden betrokken. Er werd draagvlak verzameld en het gesprek met de gemeente aangegaan. De bewoners wilden niet alleen een mooiere speeltuin. Ze wilden een plek waar verschillende generaties iets aan hebben.
In samenwerking met de gemeente is die plek er gekomen. Er kwamen moestuinbakken met groenten, kruiden, vaste planten en eenjarige planten. Er werd groen aangeplant en de plek kreeg meer het karakter van een tuin. Jon heeft zich ontfermd over de moestuinbakken. In het voorjaar gaat hij samen met een andere buurtbewoonster op pad om planten uit te zoeken. Wat is de winter doorgekomen? Wat kan opnieuw gebruikt worden? Wat moet eruit? De bakken krijgen ieder hun eigen invulling. Groenten in de ene, kruiden in de andere, vaste planten weer in een andere.
En ondertussen gebeurt er iets wat niet eens helemaal gepland was. Kinderen spelen in de speeltuin en lopen langs de planten. Kleinkinderen worden meegenomen. Soms wordt er even uitgelegd wat er groeit. “Ze zien dan dat een spruit als plant groeit,” vertelt Jon.
Het zijn kleine momenten, maar juist daarin zit de kracht van de plek.
Je hoeft niet bij elkaar over de vloer
De buurttuin heeft inmiddels een functie gekregen die verder gaat dan spelen en tuinieren. Het is een plek waar mensen elkaar tegenkomen. Dat is belangrijk in een buurt waarin niet iedereen zomaar bij elkaar binnenloopt. Je hoeft niet de deur bij elkaar plat te lopen om toch een beetje te weten wie je buren zijn. “Als je elkaar een beetje meer wilt leren kennen, dan heb je ook meer binding met elkaar. Je kunt dan makkelijker bij elkaar aankloppen,” zegt Cees.
De tuin is daarmee een soort gezamenlijk middelpunt geworden. Als er iets in de buurt speelt, kan het besproken worden. Wie toevallig aan het tuinieren is, maakt een praatje met iemand die langskomt. En zo ontstaat langzaam iets wat je niet kunt ontwerpen of bestellen: gemeenschapsgevoel. De WhatsApp-groepen helpen daarbij, maar vervangen het contact op straat niet. Ze maken het vooral makkelijker om mensen te bereiken en iets samen te organiseren.
Niet iedereen doet mee. Sommige buurtbewoners zijn druk met werk en gezin, anderen zijn gewoon wat meer op zichzelf. Ook dat hoort erbij. Het hoeft niet zo te zijn dat iedereen actief wordt. Het is waardevol dat er een plek is waar mensen elkaar kúnnen ontmoeten.
Enthousiasme botst soms met regels
De bewoners hebben veel energie in het initiatief gestoken. Maar onderweg ontdekten ze ook dat enthousiasme alleen niet genoeg is. Een van de plannen was om een muur in de tuin met kunst te verfraaien. Een kunstenaar uit de buurt dacht mee en maakte een ontwerp. Er werd vervolgens gekeken naar alternatieven, zoals een aluminium frame met een historische foto van de plek. Maar uiteindelijk mocht er van de gemeente niets op de muur worden aangebracht. Voor de bewoners was dat een teleurstelling. Niet alleen vanwege het idee zelf, maar vooral omdat het proces lang duurde voordat duidelijk werd dat het niet kon.
Ook op andere punten liep de samenwerking met de gemeente soms stroef. Zo werden planten afgeleverd zonder dat de bewoners wisten dat ze kwamen. Ze stonden vervolgens twee dagen in de brandende zon voordat duidelijk was wat ermee moest gebeuren. Ook als er iets kapot is of onderhoud nodig heeft, is het niet altijd duidelijk wie je moet bellen. De ene keer is er een contactpersoon, vervolgens moet je bij iemand anders zijn en daarna word je weer terugverwezen. “Als het op onderhoud aankomt of bij wie we moeten zijn als we iets snel voor elkaar willen krijgen, dat ontbreekt,” stellen Cees en Jon.
Een pilot om van te leren
De gemeente heeft het initiatief inmiddels feestelijk geopend, met twee wethouders erbij. De buurttuin wordt gezien als een pilot: een voorbeeld van hoe bewoners en gemeente samen de openbare ruimte kunnen vormgeven. Daar zijn de bewoners trots op. Maar ze vinden ook dat er nu een volgende stap nodig is: evalueren. Want als er op meer plekken met bewoners gewerkt gaat worden, is het belangrijk om niet alleen te kijken naar het mooie eindresultaat, maar ook naar wat eraan voorafging. Wat werkte goed? Waar liepen bewoners tegenaan? Wie is verantwoordelijk voor het onderhoud? Hoe zorg je dat bewoners weten bij wie ze terechtkunnen?
De bewoners hebben daar genoeg voorbeelden van. Neem die tuinslang. De tuin heeft water nodig. Er is een bron, maar de hele tuin met de hand sproeien is een flinke klus. Nu helpt een buurman met zijn tuinslang. Heel vriendelijk. En precies het soort burenhulp waar deze tuin uiteindelijk ook om draait. Maar structureel zou er een andere oplossing moeten komen.
Het mooiste resultaat staat niet in het ontwerp
Als je de bewoners vraagt wat de buurttuin uiteindelijk heeft opgeleverd, gaat het gesprek daarom al snel niet meer alleen over planten en speeltoestellen. Het gaat over mensen. Over een oudere bewoner die samen met een jongere buurtgenoot in de tuin bezig is. Over kinderen die zien waar groenten vandaan komen. Over buren die elkaar voorheen nauwelijks spraken en nu even een praatje maken. De samenstelling van de buurt is bovendien aan het veranderen. Waar de wijk lange tijd vooral uit oudere bewoners bestond, wonen er inmiddels meer jonge gezinnen.
Juist de combinatie van jong en oud maakt de plek bijzonder. De buurttuin is daardoor niet alleen een plek geworden om te spelen of te tuinieren. Het is een plek geworden waar de buurt zichzelf ontmoet.
Gewoon beginnen
Wat kunnen andere buurten hiervan leren? Misschien wel dat je niet eerst een perfect plan nodig hebt. Begin met aanbellen. Praat met je buren. Zorg dat mensen elkaar kunnen bereiken. Een WhatsApp-groep kan daarbij een belangrijk hulpmiddel zijn. Zoek vervolgens de mensen die echt mee willen doen. En accepteer dat niet iedereen actief zal worden. Een kleine, betrokken groep kan verrassend veel voor elkaar krijgen, zeker als er een groter netwerk achter zit dat kan worden gemobiliseerd wanneer dat nodig is.
Maar de bewoners hebben ook een boodschap aan de gemeente. Als je bewoners uitnodigt om mee te denken en verantwoordelijkheid te nemen, geef ze dan ook de ondersteuning die nodig is. Zorg dat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is en blijf met elkaar in gesprek.
Want een bewonersinitiatief begint misschien met een idee. Maar het blijft alleen succesvol als bewoners én gemeente samen zorgen dat het blijft werken.
Op de Hangenweg staat inmiddels een tuin waar kinderen spelen, groenten groeien en buren elkaar ontmoeten. En ergens tussen de moestuinbakken, de glijbaan en die ene lange tuinslang is iets ontstaan dat niet in het oorspronkelijke ontwerp stond: een buurt waarin mensen elkaar beter kennen, elkaar makkelijker kunnen bereiken en sneller bij elkaar kunnen aankloppen.